Waarom lagere inkomens de inflatie het hardst voelen volgens Suzuki

·
Luister naar dit artikel~4 min
Waarom lagere inkomens de inflatie het hardst voelen volgens Suzuki

Dan Suzuki van iCapital wijst op een harde realiteit: lagere inkomens dragen de zwaarste last van de inflatie. Terwijl de beurs juist een historisch sterk kwartaal kende. Een blik op de ongelijkheid achter de economische veerkracht.

Je hebt het vast wel gemerkt: de prijzen in de supermarkt, aan de pomp, voor energie. Het stijgt maar door. Maar wat veel mensen zich misschien niet realiseren, is dat die stijging niet voor iedereen even zwaar aankomt. Dan Suzuki, Global Investment Strategist bij iCapital, zette onlangs zijn vinger precies op die zere plek. Volgens hem voelen consumenten met een lager inkomen de inflatie het meest. En dat heeft alles te maken met hoe zij hun geld uitgeven. ### De ongelijke last van stijgende prijzen Laten we even kitten. Stel, je besteedt een groot deel van je maandelijkse budget aan basisbehoeften: boodschappen, energie, benzine. Dat zijn nu net de posten die de afgelopen jaren flink in prijs zijn gestegen. Voor iemand die meer financiële ruimte heeft, is zo'n stijging vervelend, maar vaak nog wel op te vangen. Voor iemand die elke maand krap bij kas zit, kan een paar tientjes meer voor dezelfde boodschappen het verschil betekenen tussen wel of niet kunnen sparen, of zelfs tussen rondkomen en niet rondkomen. Suzuki's analyse raakt de kern van de ongelijkheid. De inflatie is niet neutraal. Hij treft niet iedereen even hard. En dat heeft gevolgen die verder gaan dan alleen de portemonnee. ### De veerkracht van de economie en de beurs Tegelijkertijd zien we een ogenschijnlijk tegenstrijdig beeld. De beurzen beleefden onlangs hun beste kwartaal in zes jaar. Een opleving die maar liefst ruim 7,3 biljoen euro aan waarde toevoegde aan de S&P 500 in drie maanden tijd. Chipmakers, die eerder flink onder druk stonden, maakten een indrukwekkende comeback. Waar komt die optimisme vandaan? Het lijkt te draaien om veerkracht. - **Sterke arbeidsmarkt:** De werkloosheid blijft historisch laag, mensen hebben werk en inkomen. - **Vertrouwende consument:** Ondanks de hogere prijzen, is het consumentenvertrouwen opvallend stabiel gebleven. - **Winstverwachtingen:** Bedrijven lijken de hogere kosten te kunnen doorberekenen zonder dat de vraag volledig instort. Die combinatie voedt het optimisme over toekomstige bedrijfswinsten. Maar het is cruciaal om te beseffen dat deze 'macro-economische veerkracht' op het niveau van de hele economie zich niet één-op-één vertaalt naar het huishoudboekje van elke individuele Nederlander. ### Wat dit betekent voor beleggers Als belegger kun je hier twee belangrijke lessen uit trekken. Ten eerste: kijk verder dan de hoofdlijnen. Een stijgende beursindex betekent niet dat het voor iedereen goed gaat. Het begrijpen van deze onderliggende dynamiek – wie wint en wie verliest bij economische veranderingen – is essentieel voor een goede strategie. Ten tweede: diversificatie blijft key. Sectoren die profiteren van economische groei (zoals technologie) kunnen het goed doen, terwijl bedrijven die afhankelijk zijn van de bestedingsruimte van lagere inkomensgroepen mogelijk meer uitdagingen zien. Het is geen kwestie van goed of fout, maar van bewustzijn. Zoals Suzuki het verwoordde in een gesprek: *'De cijfers vertellen het verhaal van twee werelden: een veerkrachtige macro-economie en een kwetsbare consument aan de basis. Het is aan ons om beide verhalen te begrijpen.'* Die twee werelden naast elkaar houden, dat is de uitdaging. Het is makkelijk om mee te gaan in het algemene optimisme als de beurs indices groen kleuren. Maar de echte kunst is om ook oog te houden voor de verhalen die die cijfers niet direct laten zien. De verhalen over mensen voor wie een stijging van 10% in de voedselprijzen geen statistiek is, maar een dagelijkse realiteit. Als belegger, en zeker als mens, doen we er goed aan dat niet te vergeten. Het maakt je analyse niet alleen menselijker, maar vaak ook scherper.