Oliecrisis raakt vooral diesel en kerosine, zegt Goldman Sachs

·
Luister naar dit artikel~4 min
Oliecrisis raakt vooral diesel en kerosine, zegt Goldman Sachs

Goldman Sachs voorspelt dat de grootste olieprijsschok ooit vooral diesel en kerosine hard raakt, meer dan ruwe olie zelf. Dit heeft grote gevolgen voor prijzen en economie.

Volgens analisten van Goldman Sachs gaat de grootste olieprijsschok ooit, veroorzaakt door de oorlog in het Midden-Oosten, vooral voelbaar zijn voor geraffineerde producten. Denk aan diesel en kerosine voor vliegtuigen. De impact op ruwe olie zelf zou relatief beperkt blijven. Dat is een belangrijke nuance die veel beleggers misschien over het hoofd zien. We zitten middenin een ongekende verstoring van de oliehandel. De spanningen hebben een directe invloed op de toeleveringsketens en de prijsvorming. Het is niet zomaar een dipje in de markt, maar een fundamentele verschuiving. En die verschuiving pakt anders uit dan je in eerste instantie zou verwachten. ### Waarom geraffineerde producten harder worden geraakt De reden is eigenlijk best logisch als je er even over nadenkt. Raffinaderijen hebben specifieke capaciteit nodig om ruwe olie om te zetten in bruikbare brandstoffen. Die capaciteit is niet oneindig flexibel. Een plotselinge verstoring in de aanvoer van een bepaald type ruwe olie kan de productie van bijvoorbeeld diesel direct onder druk zetten, terwijl de voorraad ruwe olie als geheel misschien nog redelijk op peil is. Het is een beetje zoals een tekort aan specifieke grondstoffen voor een auto-fabriek. Je kunt nog zoveel staal op voorraad hebben, maar als de toelevering van computerchips stokt, kom je geen auto's meer uit de fabriek. Zo werkt het ook in de olie-industrie. De knelpunten zitten vaak in de verwerking, niet per se in de grondstof zelf. - De productiecapaciteit voor diesel en kerosine is regionaal zeer verschillend verdeeld. - Transportkosten voor deze brandstoffen zijn hoog en gevoelig voor logistieke problemen. - De vraag naar diesel blijft wereldwijd stevig, onder meer door industrieel gebruik. - Kerosine heeft te maken met het herstel van de luchtvaart, wat de vraag opdrijft. ### Wat dit betekent voor de prijzen aan de pomp Voor ons als consumenten en bedrijven vertaalt dit zich waarschijnlijk het snelst naar de prijzen die we betalen. Dieselprijzen zijn vaak een directe graadmeter voor economische activiteit. Stijgende dieselprijzen duwen de kosten op voor transport, landbouw en vele industriële processen. Die kosten worden uiteindelijk doorberekend. "De echte pijn wordt gevoeld in de productketen, niet noodzakelijk bij de bron," merkte een analist op. Die keten loopt van de raffinaderij tot aan de brandstofpomp. Elke vertraging of extra kost in dat traject komt ergens terecht. En dat is meestal bij de eindgebruiker. Voor kerosine werkt een soortgelijk mechanisme. Airlines zullen hogere brandstofkosten proberen door te berekenen via de ticketprijzen. Reizen wordt dus mogelijk duurder, wat het herstel van het toerisme weer kan afremmen. Het is een domino-effect dat begint bij een geopolitieke spanning en eindigt bij de keuzes die jij en ik maken. ### De bredere economische gevolgen op een rij De gevolgen strekken veel verder dan alleen de brandstofprijzen. Een aanhoudende druk op geraffineerde producten kan inflatie aanwakkeren, omdat zoveel sectoren afhankelijk zijn van deze brandstoffen. Centrale banken houden hier uiteraard rekening mee in hun rentebeleid. Ook voor beleggers zijn er implicaties. Sectoren die zwaar leunen op transport en logistiek komen onder druk te staan. Denk aan retail, maakindustrie en zelfs de voedselvoorziening. Aan de andere kant kunnen bedrijven die alternatieve energie of efficiëntere logistieke oplossingen bieden, juist in de belangstelling komen. Het is een complex verhaal, maar de kern is helder: de huidige crisis raakt niet alle delen van de olie-industrie even hard. Inzicht in die nuance is cruciaal, of je nu een professional bent die de markt volgt, of gewoon probeert te begrijpen waarom de kosten van leven stijgen. Het gaat niet meer alleen om de prijs per vat, maar om wat er daarna mee gebeurt.